Hoewel de Verenigde Staten handel momenteel zien als een nulsom-spel – als jij wint, verliest de ander – beschouwen economen handel meer als een win-winsituatie. "Ik ga met jou handelen, omdat jij iets beter kan dan ik. En daar word jij beter van en daar word ik beter van", zegt hoogleraar economie Charles van Marrewijk in gesprek met CM.
Maar zoals bedrijven en controllers reageren op de opgeworpen handelsbarrières, is misschien niet de juiste weg vooruit. Je kunt je als ondernemer beter richten op partners met wie je wél verder mee kunt. Laat maar Amerika even links liggen, is de boodschap van Handel als wapen: een geopolitiek spel dat onlangs verscheen.
Van Marreijk schreef dit boek met hoogleraar internationale economie Steven Brakman en associate professor internationale economie Tristan Kohl. Zij leggen uit waarom de inzet van invoerheffingen om internationale handel te beperken een instrument is dat uiteindelijk iedereen pijn doet. Het boek geeft bovendien handvatten om je bedrijf of land voorbij de handelsoorlog te brengen.
Einde hyperglobalisering
De auteurs beschrijven de geschiedenis van internationale handel, met name de periode na de Tweede Wereldoorlog. "Een indicator van globalisering is: hoeveel verhandel je ten opzichte van het inkomen dat je verdient? Er zijn periodes geweest waarin we een heel sterke toename zagen, met name de hyperglobalisatie vanaf de jaren tachtig tot ongeveer 2008", vertelt Van Marrewijk.
Die periode van hyperglobalisatie maakte de productie efficiënter, maar de keerzijde is dat dit afhankelijkheden creëerde. Productieprocessen zijn nu een ingewikkelde kluwen aan ketens. Een Bianchi-racefiets wordt ontworpen in Italië, maar geassembleerd in Taiwan en heeft onderdelen uit Japan, China, Maleisië en Italië, laat het boek zien.
Bij een verstoring in de keten – bijvoorbeeld omdat een land handelsbarrières opwerpt in de vorm van heffingen – zorgt dit voor een ingewikkelde situatie, waarbij deze afhankelijkheden pijnlijk duidelijk worden. Ook als jouw product geen onderdelen gebruikt uit dat land met invoerheffingen, is er wellicht een onderdeel dat wordt toegeleverd uit dat land. Of de toelevering komt uit een land dat zelf voor zijn onderdelen weer producten nodig heeft uit dat handelsbelemmerende land.
Regionale handelsstromen
"Wel zijn aanbodketens vaak regionaal geclusterd", legt Van Marrewijk uit. We zoeken naar de plek waar onderdelen het voordeligst zijn, maar hij wijst op de graviteitsrelatie: handel is omgekeerd evenredig met de afstand. Als de afstand tussen landen toeneemt, dalen de handelsstromen. Simpelweg omdat dan de transportkosten en de leveringstijd toenemen, en er verschillen in regelgeving zijn, evenals andere culturele en zakelijke gewoonten.
"Als het om een geavanceerd onderdeel gaat, vind je dat meestal in een rijk land dat technologisch ontwikkeld is. Maar gaat het om arbeid, dan zoek je een land dat het liefst een beetje in de buurt ligt. Dat zie je bijvoorbeeld bij Japan en Korea met China. Of Mexico met de VS. In Europa zie je dat bij Tsjechië of Slowakije met Duitsland."
Europese landen handelen dan ook voor ongeveer 70% met andere Europese landen. Een berekening van het CPB vorig jaar ging ervan uit dat de schade door Amerikaanse invoerheffingen in Nederland dan ook beperkt kan blijven. "Niet dat de handelstarieven onbelangrijk zijn – dat zegt het CPB ook niet – want het is wat complexer en de impact gaat dieper."
Toekomst internationale handel
Met de geopolitiek onbestendige situatie van nu vragen we ons natuurlijk af: waar gaat dit heen? Dat is natuurlijk nooit met zekerheid te zeggen, maar er tekenen zich enkele trends af die illustreren welke routes we als Europa kunnen bewandelen.
Het boek legt bijvoorbeeld uit dat de factoren die de grootte van de speler op de wereldmarkt bepalen, de omvang van de bevolking en het inkomen daarvan zijn. Op dit vlak vinden er verschuivingen plaats. De grote economieën van dit moment hebben te maken met vergrijzing en afnemende bevolkingsgroei. Door dit negatieve demografische dividend (zie kader) kunnen de machtsverhoudingen verschuiven.
Komende decennia
Regio's die juist een positief demografisch dividend hebben, zijn mogelijk de machtsblokken van de toekomst. Zo groeit het inkomen van India momenteel, evenals de bevolking. Maar de internationale handel zit daar vooral in dienstverlening – denk aan outsourcing van ICT – en niet in goederen.
"Ik zie wel kansen voor India, maar er zijn ook uitdagingen", zegt de hoogleraar economie. "Het land heeft China ingehaald als land met de meeste inwoners. Het inkomen is daar redelijk vlot aan het stijgen en er is een demografische dividendfase. Maar de handelsstromen zijn maar zeer beperkt, vergeleken met de rest van de wereld."
India groeit voorlopig nog door, maar aan deze groei komt een eind. "In China is de bevolking al aan het krimpen, maar er zijn nog voldoende mogelijkheden om het inkomen te laten stijgen. De invloed van China zal economisch gezien nog wel toenemen, maar op een gegeven moment wordt die kleiner – en vrij snel."
Tweede helft van de eeuw
"West-Europa en de VS hebben geprofiteerd van het positief demografisch dividend gedurende enkele decennia", legt Van Marrewijk uit. "Het inkomen per hoofd van de bevolking blijft in Afrika achter, want ze hebben daar een heel jonge bevolking en weinig mensen in de werkzame leeftijd."
Dat verandert in de tweede helft van deze eeuw. "Dan krijgt Afrika een positief demografisch dividend en gaan ze de achterstand waarschijnlijk een beetje inlopen. Dat kan een hoger welvaartsniveau creëren."
Van Marrewijk wijst er wel op dat men in Afrika dan wel een aantal problemen moet oplossen. "Denk aan militaire conflicten in binnen- en buitenland, de kwaliteit van de instituties en de infrastructuur. Ook staat Afrika nog grote uitdagingen te wachten op het gebied van klimaat. Dus het is qua toekomstperspectief nog niet allemaal koek en ei."
Aansluiten bij opkomende regio's
In Met de mondiale demografie mee van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid wordt beargumenteert dat Nederland wegens de vergrijzing juist moet aansluiten bij een land met een positief demografisch dividend. De onderzoekers stellen: "Op hoofdlijnen geldt dat krimpende en vergrijzende landen als Duitsland en de zuidelijke EU-landen relatief gezien minder belangrijk worden. Terwijl het belang van groeiende landen met demografisch potentieel – zoals de Zuidoost-Aziatische landen, mogelijk India en op de lange termijn Afrikaanse landen – juist gaat toenemen."
Van Marrewijk: "Om je daarop voor te bereiden moet je ontwikkelingen in gang zetten wat betreft connecties en contracten. We hebben daar als Europa verbindingen met voor- en nadelen, want door vroegere koloniale banden is er oud zeer. Maar qua nabijheid is Afrika een veelbelovende, opkomende regio voor Europa."







