Denk aan gehoorbescherming, handschoenen, veiligheidshelmen en laskappen. De ondernemingsraad kan invloed uitoefenen op het beleid.
1. Zoek andere oplossingen
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) mogen pas gebruikt worden als alle andere oplossingen onmogelijk of onhaalbaar zijn. Dus eerst proberen om de bron aan te pakken. Het gebruik van PBM kan alleen een sluitstuk zijn van het arbobeleid. Bij nogal wat bedrijven zijn PBM het begin en het einde als het gaat om veilig en gezond werken. Vraagt u zich dus af waar en waarom in het bedrijf beschermingsmiddelen worden gebruikt en of dat wel nodig is.
Bijvoorbeeld: breng het geluid van een lawaaiige machine terug door een geluidsarme machine aan te schaffen of door de machine af te schermen, in plaats van meteen te grijpen naar gehoorbescherming. Vraag de bestuurder waarom gekozen is voor de oplossing PBM in plaats van aanpak bij de bron.
2. Inventariseer waar PBM worden gebruikt
In de risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E) dient te staan welke persoonlijke beschermingsmiddelen er in het bedrijf worden gebruikt. En op welke plekken persoonlijke beschermingsmiddelen verplicht zijn. Beoordeel zelf of de juiste PBM worden gebruikt. Of laat dat beoordelen door de arbocoördinator of de arbodienst. Of door de preventiemedewerker als die er voldoende kennis van heeft. Nog erger dan geen PBM is het gebruik van de verkeerde PBM. Onlangs werd een medewerker aangetroffen met een stofkapje voor zijn mond terwijl hij in een bak met giftige dampen bezig was.
3. Spreek met de werkgever PBM-beleid af
De OR heeft instemmingsrecht op de procedures en regels rond PBM. Dat zijn onder andere de volgende regels:
- de werkgever stelt PBM gratis beschikbaar daar waar het nodig is en er geen andere oplossing mogelijk is;
- de medewerkers die de PBM moeten gebruiken hebben, zo veel als mogelijk is, inspraak in de keuze van de PBM. Bijvoorbeeld: als veiligheidsschoenen verplicht zijn, laat de medewerkers dan zelf bepalen welke veiligheidsschoenen ze willen dragen;
- zet regels op papier over verstrekking, gebruik, schoonhouden, onderhoud en tijdig vervangen van PBM;
- in het bedrijf wordt duidelijk aangegeven op welke plekken welke PBM verplicht zijn .
4. Neem zelf initiatief
Maak zelf een voorstel als dergelijke regels nog niet gelden in het bedrijf. De OR heeft officieel initiatiefrecht. Dat betekent dat het OR-voorstel minimaal een keer besproken moet worden in de overlegvergadering. De bestuurder kan het OR-voorstel niet zonder meer in de prullenbak gooien, maar moet motiveren wat hij ermee doet. De PVT heeft geen initiatiefrecht, maar dat hoeft de PVT niet te verhinderen om toch een eigen voorstel in te dienen. Het is voor de bestuurder niet gemakkelijk om een voorstel van de PVT of de OR te negeren als dit goed onderbouwd is en het ook nog is besproken met de achterban.
5. Naleving
Als persoonlijke beschermingsmiddelen zijn voorgeschreven dan zijn medewerkers verplicht ze te gebruiken. De bestuurder en de leidinggevenden moeten zorgen voor de naleving. Waak ervoor dat OR- of PVT-leden als ‘arbo-politie’ gaan optreden naar de collega’s.












