Basisregels Wtta
Het wetsvoorstel voor de Wtta introduceert een toelatingsstelsel voor ondernemingen of rechtspersonen die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Een uitlenende onderneming (zoals een uitzendbureau of detacheringbureau) mag alleen medewerkers uitzenden als de organisatie daarvoor is toegelaten door een uitvoeringsorganisatie binnen het ministerie van SZW.
Deze toelatende instantie beslist namens de minister over toelating van een uitzendbureau op de markt. Ook kan deze instantie uitzendondernemingen schorsen en een toelating intrekken bij ernstige misstanden. Ondernemingen die de ter beschikking gestelde arbeidskrachten inlenen, mogen dat alleen doen van uitlenende partijen die zijn toegelaten.
Het toelatingsstelsel heeft een tweeledige doelstelling:
- Verbeteren van de positie van ter beschikking gestelde arbeidskrachten, in het bijzonder die van arbeidsmigranten.
- Waarborgen van een gelijk speelveld voor alle in- en uitleners.
Het wetsvoorstel bevat ook expliciet de mogelijkheid om een uitzendverbod in te stellen. Daarbij wordt in ieder geval de vleessector als voorbeeld genoemd.
6 verplichtingen voor de uitlener
De nieuwe wet stimuleert uitlenende ondernemingen om een toelatingsaanvraag in te dienen bij het ministerie van SZW. Daarnaast stimuleert het wetsvoorstel voor de Wtta deze ondernemingen om zich vrijwillig te laten certificeren door de Stichting Normering Arbeid (SNA). Een uitlener die voor toelating in aanmerking wil komen, moet aan een aantal verplichtingen voldoen:
1. Normenkader van de SNA
Bij de toelatingsaanvraag moet de uitlenende onderneming een rapport overleggen waaruit blijkt dat de organisatie het normenkader van de SNA naleeft. Aan de hand van dit kader beoordeelt de SNA of de uitlener voldoet aan relevante arbeidswetten, socialezekerheidswetten en fiscale regelgeving.
Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel voor de Wtta heeft de Tweede Kamer een voorstel aangenomen om het normenkader met een extra controle aan te vullen. In het huidige wetsvoorstel heeft een uitlener een zorgplicht over de correcte registratie van arbeidskrachten in de Basisregistratie Personen (BRP). Deze zorgplicht is in het wetsvoorstel (nog) niet gekoppeld aan de controle van het normenkader van de SNA. Met het aangenomen voorstel moet dat wel gebeuren.
2. Verklaring Omtrent het Gedrag voor rechtspersonen
Bij de toelatingsaanvraag moet de uitlenende onderneming een Verklaring Omtrent het Gedrag voor rechtspersonen (VOG RP) overleggen. Voor buitenlandse ondernemingen geldt deze verplichting niet, omdat het overleggen van deze verklaring in de praktijk moeilijk uit te voeren is.
3. Inschrijving in Handelsregister
Ook moet de uitlener kunnen aantonen dat deze in het Handelsregister staat ingeschreven en daadwerkelijk arbeidskrachten ter beschikking stelt.
4. Waarborgsom als financiële zekerheid
Als waarborgsom moet de uitlener in principe een bedrag van € 100.000 overmaken aan het ministerie van SZW. De overmaking van dit bedrag geldt als financiële zekerheidsstelling. Voor een startende uitleenonderneming is dit bedrag vastgesteld op € 50.000. De waarborgsom is ook van toepassing op buitenlandse uitlenende ondernemingen die arbeidskrachten in Nederland tewerkstellen.
De uitlener hoeft geen waarborgsom te betalen wanneer deze kan bewijzen al 4 jaar operationeel te zijn. Dit blijkt als de organisatie 4 jaar onafgebroken staat ingeschreven in het Handelsregister en in deze periode daadwerkelijk arbeidskrachten ter beschikking heeft gesteld.
De betaling van de waarborgsom geldt ook niet als de uitlener een 'schone' verklaring van de Belastingdienst verstrekt. Met deze verklaring kan de organisatie aantonen te hebben voldaan aan de betaling van belastingen of socialezekerheidspremies. De verklaring mag bij de toelatingsaanvraag niet ouder zijn dan 3 maanden.
5. Aanbieden van huisvesting
Het wetsvoorstel bepaalt dat de uitlenende organisatie huisvesting moet aanbieden aan arbeidskrachten. Dit houdt concreet in dat de huisvesting ofwel wordt aangeboden door een woningcorporatie, ofwel moet voldoen aan de eisen van een toepasselijke cao.
6. Uitbreiding informatieplicht
Naast de verplichtingen rondom het toelatingsstelsel benoemt het wetsvoorstel ook de verplichting tot het delen van de toepasselijke arbeidsvoorwaarden. Een inlenende organisatie moet een uitlenende organisatie informeren over de geldende arbeidsvoorwaarden bij de terbeschikkingstelling van medewerkers.
Met de nieuwe wet moet de uitlener deze informatie per direct schriftelijk meedelen aan de ter beschikking gestelde arbeidskracht. Op die manier beschikken alle partijen (de inlener, de uitlener en de arbeidskracht) over dezelfde informatie en kunnen ze vaststellen of de juiste arbeidsvoorwaarden nog van toepassing zijn.
Uitzonderingen op de toelatingsplicht
Toch geldt de toelatingsplicht (handhaving start op 1 januari 2028, zie verderop) niet in alle gevallen, het wetsvoorstel voorziet in enkele uitzonderingen. Dat zijn de volgende:
Ontheffing door minister van SZW
Uitleenondernemingen die in zeer beperkte mate arbeidskrachten ter beschikking stellen, kunnen de minister van SZW vragen om uitzondering van de toelatingsplicht (het uitleenverbod van medewerkers). Een onderneming die is uitgezonderd heeft geen toelating nodig voor het ter beschikking stellen van medewerkers.
De minister verleent een ontheffing als een uitleenonderneming aan de volgende voorwaarden voldoet:
- De uitlener heeft over een periode van ten minste 12 maanden loon uitbetaald.
- De som van de vergoedingen voor ter beschikking gestelde arbeidskrachten bedraagt minder dan 10% van de loonsom.
- De som van vergoedingen voor ter beschikking gestelde arbeidskrachten bedraagt niet meer dan € 2,5 miljoen.
Uitzondering voor enkele sectoren
Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel is besloten om enkele sectoren van de wet uit te zonderen. Daarbij gaat het in de eerste plaats om Sociale Werkvoorzieningsbedrijven (SW-bedrijven). Dit zijn bedrijven die mensen met een verstandelijke, lichamelijke of psychische beperking een werkplek aanbieden. Ook voor bedrijven die BBL-trajecten (beroepsbegeleidende leerweg: werk-leertrajecten op mbo-niveau) verzorgen en voor de beveiligingsbranche is de nieuwe wet niet van toepassing.
Verplichtingen voor de inlener
Het wetsvoorstel heeft niet alleen gevolgen voor uitlenende organisaties, maar ook voor inlenende organisaties. Zo is het voor een inlener niet toegestaan om arbeidskrachten in te lenen van een uitlener zonder toelatingscertificaat. Dit betekent dat de inlenende organisatie het openbaar register moet raadplegen om te zien of een uitlenende partij een toelatingscertificaat heeft. Deze controle moet de inlener hebben uitgevoerd vóór aanvang van de werkzaamheden van de ingeleende arbeidskracht.
Handhaving door Arbeidsinspectie
De Arbeidsinspectie zal toezicht houden op de verplichtingen voor de in- en uitleners.
Dit toezicht houdt onder andere in dat de Arbeidsinspectie vanaf 1 januari 2028 boetes kan opleggen aan uitleners die zonder toelatingscertificaat arbeidskrachten ter beschikking stellen.
Ook kan de Inspectie handhaven bij inleners die arbeidskrachten inlenen van niet-toegelaten uitleners. Het maximale bedrag van de boete is € 90.000 per overtreding. Daarnaast krijgt de Arbeidsinspectie de mogelijkheid om de onderneming van de uitlener of inlener preventief stil te leggen bij een herhaaldelijke overtreding.
Dit artikel verscheen eerder op PWnet













